Een strategisch rapport van prof. Giovanni Briganti (UMONS), gepubliceerd op 14 oktober 2026, brengt 398 Europese start-ups en scale-ups in de digitale geestelijke gezondheidszorg in kaart, verspreid over 34 landen. De centrale vaststelling: de toegang tot psychologische ondersteuning is veel sneller uitgebreid dan de klinische doeltreffendheid van digitale toepassingen is aangetoond.
Een jonge en geconcentreerde markt
De dataset werd samengesteld met behulp van AI-ondersteund onderzoek en vervolgens bedrijf per bedrijf gecontroleerd aan de hand van ondernemingsregisters, gegevens van toezichthouders en documenten van de bedrijven zelf. In totaal werden 1.201 bronnen geraadpleegd. Het mediane oprichtingsjaar is 2018.
Zes landen zijn samen goed voor 65% van de onderzochte bedrijven: het Verenigd Koninkrijk (78), Duitsland (53), Frankrijk (42), Spanje (32), Italië (28) en Nederland (24). België telt tien bedrijven. Diensten die de toegang tot psychologische ondersteuning vergemakkelijken (online therapie, mentale gezondheid op het werk, zelfhulpapps en lotgenotencontact) vertegenwoordigen 45% van het aanbod. Klinische toepassingen zijn goed voor 30% en gespecialiseerde of aanverwante domeinen voor 25%.
Zes vaststellingen
Platformen voor online therapie (60 bedrijven) en diensten rond mentale gezondheid op het werk (45) vormen de twee grootste segmenten en trekken de grootste financieringsrondes van 2025 en 2026 aan. Geen van deze 105 bedrijven heeft volgens het rapport een product met de status van medisch hulpmiddel. Slechts één bedrijf meldt een terugbetalingsakkoord.
Slechts 78 bedrijven (20%) beschikken over een reglementaire erkenning, een terugbetalingsregeling of een andere formele erkenning. De DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) en het Verenigd Koninkrijk en Ierland tellen samen 49 van die bedrijven. In Centraal- en Oost-Europa gaat het om slechts één op 39 bedrijven. Het Duitse DiGA-traject, dat het voorschrijven en terugbetalen van digitale gezondheidstoepassingen mogelijk maakt, vormt de belangrijkste verklaring voor die verschillen.
De klinische onderbouwing blijft beperkt: slechts 23 bedrijven, of 6% van het totaal, verwijzen naar gerandomiseerde gecontroleerde studies. Artificiële intelligentie ontwikkelt zich sneller dan de regelgeving. Het aandeel bedrijven dat AI als kern van zijn product gebruikt, stijgt van 9% bij ondernemingen die uiterlijk in 2017 werden opgericht tot 33% bij bedrijven die sinds 2021 zijn opgericht. Toch hebben slechts negen van de 82 AI-gedreven bedrijven een product met de status van medisch hulpmiddel.
De consolidatie is ingezet. Negenenveertig bedrijven zijn niet langer onafhankelijk: 37 werden overgenomen en twaalf stopten hun activiteiten. Minstens acht Europese bedrijven zijn inmiddels in Noord-Amerikaanse handen.
Ernstige psychische stoornissen blijven bovendien ondervertegenwoordigd in het aanbod. Stress en burn-out (116 bedrijven), angst (99) en depressie (86) domineren de markt. Daartegenover staan slechts 16 bedrijven die zich richten op psychose, tien op eetstoornissen, acht op suïcide en zelfbeschadiging en zeven op bipolaire stoornissen.
Aanbevelingen en indicatoren voor 2027
Het rapport formuleert aanbevelingen voor de verschillende betrokken partijen. Oprichters krijgen het advies om eerst te bepalen wie voor hun product zal betalen, voordat ze het ontwikkelen. Investeerders moeten rekening houden met de risico's van afhankelijkheid van één inkomstenbron.
Beleidsmakers worden opgeroepen om terugbetalingstrajecten uit te werken op basis van duidelijke vereisten voor wetenschappelijke onderbouwing. Daarnaast is er nood aan een helder regelgevend kader voor conversationele AI, rekening houdend met de Europese AI-verordening (AI Act) en de verordening betreffende medische hulpmiddelen (MDR). Ook de gezondheidszorg en academische instellingen worden aangemoedigd om onafhankelijke evaluaties te ondersteunen.
Het rapport stelt vijf indicatoren voor om de ontwikkeling van de sector in 2027 op te volgen: het percentage DiGA-toepassingen dat definitief wordt opgenomen of van de lijst wordt geschrapt, de regelgeving rond conversationele AI, de verdere consolidatie van de markt, de ontwikkeling van nieuwe nationale evaluatietrajecten en de eerste onafhankelijke evaluaties van AI-toepassingen binnen de geestelijke gezondheidszorg.







