Geïntegreerd patiëntendossier: FOD wijst op tekortkomingen, artsen eisen garanties

Het ontbreken van een eenduidig geïntegreerd digitaal patiëntendossier blijft een obstakel voor geïntegreerde zorg in België, stelt de FOD Volksgezondheid in zijn nieuwe rapport 'Blikvanger: Geïntegreerde zorg'. Terwijl het Belgian Integrated Health Record (BIHR) verder wordt ontwikkeld, blijft het delen van gezondheidsgegevens bij artsen vragen oproepen, vooral over de toestemming van patiënten en het medisch beroepsgeheim.

De FOD wijst op drie structurele knelpunten: het ontbreken van een eenduidig geïntegreerd digitaal patiëntendossier, de overwegend prestatiegerichte financiering en het feit dat zorg- en hulpverleners nog vaak afzonderlijk of in silo's werken. De FOD pleit voor beter op elkaar afgestemde ICT-systemen die een vlotte en veilige gegevensuitwisseling mogelijk maken.

Het BIHR, dat deel uitmaakt van het Actieplan eGezondheid 2026-2029, is echter niet bedoeld om alle patiëntendossiers samen te brengen in één centrale databank die voor iedereen toegankelijk is. Volgens het RIZIV moet het bestaande systemen en authentieke databronnen met elkaar verbinden, zodat relevante informatie beschikbaar wordt in de vertrouwde software van zorgverleners. De toegang moet rekening houden met de rechten en rollen van zorgverleners, de therapeutische relatie en de toestemming van de patiënt.

Toestemming centraal in het debat
In april 2026 reageerde de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) tevreden op de intrekking van het koninklijk besluit van 15 december 2024 over de toegang tot gezondheidsgegevens. De vereniging had tegen dat besluit een vernietigingsberoep ingesteld bij de Raad van State.

BVAS hekelde onder meer de onduidelijkheid over de draagwijdte van de geïnformeerde toestemming en het feit dat patiënten volgens het betwiste besluit geen volledige categorie van zorgverleners konden uitsluiten van de toegang tot hun gegevens, maar enkel individueel geïdentificeerde zorgverleners. De vereniging benadrukte niet tegen digitale gegevensdeling op zich te zijn, maar vroeg juridisch sluitende en in de praktijk werkbare regels.

"Nieuwe regels rond gezondheidsgegevens moeten niet alleen juridisch correct zijn, maar ook duidelijk en werkbaar in de praktijk van de zorg", verklaarden dr. Patrick Emonts, voorzitter van BVAS-ABSyM, en dr. David Simon, eHealthexpert.

Knelpunten op het terrein
De obstakels zijn niet alleen juridisch. Tijdens een colloquium op 3 oktober, georganiseerd door het Waalse eerstelijnsplatform (Plateforme de première ligne wallonne), wezen verschillende sprekers op tekortkomingen in de Sumehrs, moeilijkheden bij het raadplegen van informatie en de manier waarop gegevens in ziekenhuissoftware worden weergegeven.

Mickaël Daubie, directeur-generaal Gezondheidszorg van het RIZIV, verwees naar de ongeveer 100 miljoen euro die jaarlijks in eGezondheid wordt geïnvesteerd, terwijl hij het rendement op die investeringen nog onvoldoende vond.

Volgens de planning van het RIZIV moeten softwareontwikkelaars tegen eind 2027 de CareSets van de essentiële patiëntgegevens kunnen implementeren. Vanaf 2028 zouden ze die in productie moeten gebruiken. Dat betekent niet dat het volledige BIHR tegen die datum klaar zal zijn.

De FOD herinnert aan de vooruitgang die met de opeenvolgende actieplannen eGezondheid en Mijngezondheid is geboekt, maar benadrukt dat patiënten gemakkelijker toegang moeten krijgen tot hun gezondheidsgegevens en die beter moeten kunnen beheren. Ook vertrouwen en openheid worden genoemd als belangrijke randvoorwaarden voor geïntegreerde zorg. Volgens de FOD is de overgang naar een volledig geïntegreerd zorgmodel nog lang niet voltooid.

> Ontdek het rapport

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.