Artificiële intelligentie zal meer routinetaken automatiseren en artsen ondersteunen bij hun beslissingen, maar de verantwoordelijkheid voor de patiënt blijft bij de arts. Voor prof. dr. Mark De Ridder, CEO van het UZ Brussel, komt er in de consultatieruimte als het ware een derde stoel bij: AI zit tussen arts en patiënt in.
AI maakt de arts niet overbodig, zegt Mark De Ridder in een interview met VUB Today. De technologie kan routinetaken automatiseren en artsen ondersteunen bij hun besluitvorming. Algoritmes kunnen bijvoorbeeld gegevens uit het elektronisch patiëntendossier gebruiken om complicaties tijdens een hospitalisatie te voorspellen, of genetische gegevens en radiologische beelden combineren om te bepalen welke behandeling het meest geschikt is.
De verantwoordelijkheid blijft bij de arts
Administratieve taken, literatuuronderzoek en het opmaken van verslagen zullen volgens De Ridder steeds vaker worden geautomatiseerd. Ook tijdens een consultatie kan AI informatie structureren, een voorschrift voorbereiden of een afspraak vastleggen.
Maar hoe intelligenter de technologie wordt, hoe belangrijker de menselijke kwaliteiten van de arts worden, stelt hij. “Een algoritme kan bijvoorbeeld berekenen welke kankerbehandeling statistisch de grootste kans op succes biedt. Maar daarmee is de medische beslissing nog niet genomen.”
De leeftijd, levensverwachting, waarden en wensen van de patiënt, en de toxiciteit die voor hem aanvaardbaar is, moeten meewegen. “AI kan adviseren, waarschuwen, alternatieven voorstellen en ons helpen om betere artsen te worden, maar de verantwoordelijkheid voor de patiënt kunnen we niet aan een algoritme uitbesteden.”
Een derde stoel in de consultatieruimte
AI verandert volgens De Ridder ook de arts-patiëntrelatie. “Jarenlang stonden er in de consultatieruimte twee stoelen: één voor de arts en één voor de patiënt. Vandaag komt daar als het ware een derde stoel bij. AI zit tussen die twee in.”
Patiënten zullen vóór de raadpleging vaker aan AI vragen wat hun klachten kunnen betekenen of welke behandeling mogelijk is. Artsen kunnen de technologie gebruiken om administratie en informatieverwerking te versnellen. Daardoor kan meer tijd vrijkomen voor het gesprek en de observatie van de patiënt. Ook een traan of een stilte levert informatie op die de arts in zijn beslissing moet meenemen, zegt De Ridder.
De opleiding aanpassen
Die ontwikkeling vraagt volgens hem om een aanpassing van de artsenopleiding. “We moeten in onze opleiding een switch maken van kennisvergaring naar kritisch leren omgaan met kennis, zeker als die ons aangereikt wordt door AI.”
Basiskennis en parate kennis moeten direct inzetbaar blijven, zeker in acute situaties. Bij complexe behandelingen die snel evolueren, zoals in de oncologie, moet een arts daarnaast weten waar actuele informatie te vinden is, hoe betrouwbaar de bron is en hoe die kennis op een individuele patiënt moet worden toegepast. “Je moet studenten niet leren om tegen AI te vechten. Je moet hen leren ermee te werken.”
Het grootste gevaar is volgens De Ridder dat mensen AI blindelings geloven. Ze kan nog altijd “fouten maken, confabuleren of discrimineren”. Resultaten van onderzoek bij één populatie kunnen evenmin zonder meer naar een andere worden geëxtrapoleerd. “De vraag is niet of we AI gaan gebruiken, maar hoe.”
Van drie à vier uur naar een halfuur
Bij de radiochirurgie van hersentumoren gebruikt het UZ Brussel al een door AI gestuurd systeem. Een behandeling die vroeger drie à vier uur voorbereiding vergde, kan nu in ongeveer een halfuur worden gepland, aldus De Ridder. AI kan ook helpen om anatomische structuren automatisch in te tekenen. De arts en de fysicus beoordelen of het resultaat goed is.
Het ziekenhuis wil die technologische voortrekkersrol verder ontwikkelen in onder meer de robotchirurgie en de beeldvorming. “Niet omdat technologie een doel op zich is, maar omdat ze ons moet helpen om patiënten een meer individuele behandeling te geven.”
De arts van de toekomst moet volgens De Ridder klinisch inzicht en basiskennis combineren met een kritisch gebruik van AI en empathie. “Die klinische neus, die basiskennis, het gevoel en het luisteren moeten blijven. En vooral: de verantwoordelijkheid voor de patiënt blijft bij de arts.”
Mark De Ridder is sinds februari 2025 CEO van het UZ Brussel en professor aan de Faculteit Geneeskunde en Farmacie van de VUB. Hij doceert onder meer radiotherapie, klinisch redeneren en management. Zijn onderzoek richt zich op de snelle toepassing van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen in de patiëntenzorg, met bijzondere aandacht voor data en AI.







