De onvermijdelijke opmars van AI in de spreekkamer

Digitale zorg is niet meer weg te denken uit de huisartsenpraktijk. Inmiddels zet bijna de helft van de Nederlandse huisartsenpraktijken AI-ondersteunde digitale toepassingen in, blijkt uit pas gepubliceerde resultaten van een onderzoek bij ruim 800 huisartsenpraktijken. Deze toename is opmerkelijk want in 2024 ging het nog maar om ongeveer één op de vijf praktijken. Analyse en vergelijking met de Belgische situatie.

Dit onderzoek van het Nivel (Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) beschrijft de groeiende rol van AI in de Nederlandse huisartsenzorg in 2025. De belangrijkste resultaten op de vraag welke AI-toepassing in voege zijn, gewenst zijn of niet nodig zijn in de huisartsenpraktijken volgens de respondenten.

Bijna de helft van de praktijken gebruikt AI-toepassingen, waarbij vooral spraakgestuurde rapportage (36%) en digitale triage (16%) aan populariteit winnen in dagelijks of wekelijks gebruik. Daarnaast heeft 35 tot 50% van de praktijken behoefte aan dergelijke toepassingen maar zetten ze die nog niet in. Ook preventieve zorg scoort goed.

Er leeft een sterke behoefte aan technologische ondersteuning om de werkdruk te verlagen. Toch ervaren huisartsen nog barrières zoals hoge kosten en een tekort aan implementatietijd. Sommige zorgverleners uiten daarnaast kritiek over het onpersoonlijke karakter van AI en de betrouwbaarheid van de systemen.

Momenteel worden bij de noorderburen vooral digitale geestelijke gezondheidszorg (85%) en online afspraken (78%) gebruikt als AI-tool. Telemonitoring (57%), digitale triage (45%), videobellen (40%) worden door minder huisartsenpraktijken ingezet. 

Het rapport besluit dat verdere integratie in bestaande werksystemen en een hogere digitale geletterdheid essentieel zijn voor de toekomstige inzet van deze technologie.

Een vergelijking met België bevat het rapport niet. Wel maakt het ter vergelijking de oversteek naar Engeland (waar 25% van de huisartsen generatieve AI gebruikt, een pak minder dus). Zelf kunnen wel de link leggen naar een enquête van vorig jaar in België, in samenwerking met onder andere MediSfeer. Dat onderzoek liep bij 225 Belgische huisartsen. AI in de praktijk toe te nemen: 60,4% van de respondenten gaf aan AI-instrumenten te gebruiken, iets meer dus nog dan in Nederland.

Verder meldde 82% van de Belgische respondenten dat administratieve vereenvoudiging de belangrijkste reden is om AI te omarmen. AI wordt er gezien als een essentiële steun om efficiënter te werken, niet om medische beslissingen over te nemen. Die bevindingen lopen gelijk met die van de Nederlandse collega’s: AI zien ze vooral als een middel om administratieve taken te verminderen (78%) of om te helpen bij diagnostische beslissingen (80%). Opvallend is nog  dat het gebruik van ChatGPT en andere grote taalmodellen bijzonder wijdverbreid lijkt te zijn onder de Nederlandse deelnemers.

Waar AI volgens hen nog niet echt toe in staat is, is om het ‘pluis/niet-pluisgevoel’ te vervangen. Diagnostiek wordt nochtans gezien als een kerntaak waarbij persoonlijke context en jarenlange ervaring cruciaal zijn. Elementen die AI dus (nog) niet volledig schijnt te vatten.

> Hier vindt u het volledige rapport.

  • 1. Keuper, J., Tuyl, L. van, Batenburg, R. “Inzet en behoefte aan AI-ondersteunde digitale toepassingen onder huisartsenpraktijken neemt toe.” Utrecht: Nivel, 2026. 

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.