Digitale communicatie huisartsen-specialisten is niet optimaal (Dr. Luc Herry)

Als voorzitter van ABSyM Wallonie en huisarts pleit Dr. Luc Herry sterk voor een betere digitale communicatie tussen huisartsen en specialisten. En die moet van twee kanten komen.

In de medische wereld wordt veel gepraat over goede communicatie en de uitwisseling van medische rapporten tussen specialisten en huisartsen. Maar de realiteit is verre van ideaal. Sommige consulten van specialisten worden beter vergoed als de specialist een verslag naar de huisarts stuurt. Maar het eerste praktische probleem is de incompatibiliteit van EMD-systemen. 

Dat is niet het enige obstakel. Het belang van de informatie die huisartsen verstrekken aan de specialisten naar wie ze patiënten doorverwijzen, is algemeen bekend. De overgrote meerderheid van de huisartsen zorgt ervoor dat de specialist op de hoogte wordt gebracht, maar dat gebeurt meestal op schriftelijke wijze of via een notitie via het scherm, die vervolgens wordt afgedrukt en aan de patiënt wordt gegeven, of per e-mail wordt verstuurd.

Toegegeven, in het tijdperk van geïnformatiseerde medische dossiers is dit een beetje een ambachtelijke industrie. Bovendien is het tijdrovend, om nog maar te zwijgen van het feit dat er geen garantie is dat de specialist de informatie tijdig ontvangt en vooral leest.

Er is ook de kwestie van de overdracht via de patiënt. Patiënten hebben wel recht op inzage in hun eigen dossier, maar de vragen van de huisarts aan de specialist, waarvan het antwoord juist afhangt van een nog te houden consult en/of onderzoeken, kunnen lastig zijn als het antwoord nog niet bekend is. Los van de functionele en ethische aspecten kost dat een minimum aan tijd. En toch bestaat er geen incentive voor huisartsen, ondanks het belang van het "de nota van huisarts naar specialist".

Klinische biologie

Er zijn veel voorbeelden waar de uitwisseling tussen huisartsen en specialisten kan worden verbeterd door betere digitale communicatie, ten voordele van de patiënt... en zelfs voor een beter beheer van de budgetten voor volksgezondheid. Laten we, om het probleem te illustreren, eens kijken naar klinische biologie.

Wanneer huisartsen laboratoriumtests aanvragen, krijgen ze de resultaten terug. In sommige gevallen worden de resultaten van eerdere biologische tests in het rapport opgenomen. Maar het zou vaak interessant zijn om alle resultaten terug te kunnen vinden, zelfs die van voorschriften van andere therapeuten, om de voortgang van de patiënt beter te kunnen beoordelen en om beter voor te kunnen schrijven zonder overbodige en onnodige tests, omdat dat systeem ze al kent. Hierdoor zouden huisartsen hun therapeutische keuzes beter kunnen aanpassen.

Natuurlijk, als de relatie tussen huisarts en patiënt al een voorgeschiedenis heeft, heeft de huisarts toegang tot deze gegevens. Maar hoe zit het met een nieuwe patiënt?

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Ann DE GROOF

    04 oktober 2023

    Maar hoe zit het met een nieuwe patiënt?
    Daarvoor hebben ze iets nieuws uitgevonden, de HUB

  • Jan DE MAESENEER

    26 september 2023

    Luc Herry kaart een belangrijk probleem aan. Om de communicatie van huisarts en specialist in de twee richtingen te verbeteren, is er slechts één performante oplossing: beiden werken in dezelfde digitale omgeving (op hetzelfde platform), waar ze de informatie op een gestructureerde wijze integreren in de zorgepisode. Op die manier beschikt de specialist over alle informatie van de verwijzende huisarts, de huisarts, leest de bevindingen van de specialist. Zo is iedereen beter af: de patiên,t, de huisarts, de specialist. Dit concept werd duidelijk geformuleerd in het BIHR (Belgian Integrated Health Record)-verhaal.
    Prof. em. Jan De Maeseneer. Universiteit Gent