Hij verlaat het e-Health-schip na twaalf jaar als adjunct-algemeen directeur. Thibaut Duvillier heeft België zien evolueren van een digitale woestijn naar de Europese koppositie op het gebied van gegevensuitwisseling. Maar achter de flatteuze statistieken wijst de expert op systemische uitdagingen: de strijd tegen “nutteloze” pdf's, de digitale kloof en vooral het geleidelijke einde van het beroemde “Belgische compromis”. Een terugblik in een eerste deel gewijd aan de digitale transformatie en politieke blokkades.
Als Thibaut Duvillier in zijn achteruitkijkspiegel kijkt, ziet hij dat het landschap volledig is veranderd. Twaalf jaar geleden was e-gezondheidszorg een zaak voor insiders, een technische dialoog die beperkt bleef tot het duo arts-ziekenhuis. Vandaag? Vandaag is het tijdperk van totale openheid aangebroken. Apothekers, verpleegkundigen, kinesitherapeuten: de toegangsmatrix is explosief gegroeid.
Maar de echte doorbraak ligt nog voor ons, gepland voor 2026. Thibaut Duvillier heeft het over een radicale paradigmaverschuiving, gedreven door de logica van empowerment van de patiënt die minister Frank Vandenbroucke zo na aan het hart ligt. “De patiënt zal binnenkort zelf zijn toegangsmatrix kunnen instellen”, legt hij uit. “Hij zal kunnen zeggen: ‘Ik vind dat alle zorgverleners met wie ik een therapeutische relatie heb, toegang moeten hebben tot mijn volledige dossier’. Er zal niet langer echt sprake zijn van een vaste matrix.”
Deze democratisering gaat gepaard met een uitbreiding van het domein van de digitale strijd. Het doelwit is niet langer alleen het ziekenhuis, maar ook de vaak vergeten “kleine sectoren”: podologen, opticiens, diëtisten. Tegen 2029 moeten ook zij over hun eigen geautomatiseerde patiëntendossier beschikken.
De valkuil van cijfers: “Wat heeft het voor zin om te publiceren als niemand het leest?”
Op papier is België een modelstudent. “Europa rangschikt ons op nummer 1”, herinnert de nieuwe adviseur digitale strategie voor het Nationaal Intermutualistisch College (CIN) zich, met cijfers om dat te staven: 1,5 miljoen maandelijkse raadplegingen door burgers op het portaal MijnGezondheid, 600 miljoen documenten die per kwartaal door ziekenhuizen en laboratoria worden gepubliceerd, meer dan 6 miljoen patiënten met een SumEHR... “Dat is een reden tot tevredenheid.”
Maar de expert plaatst meteen een kanttekening: kwantiteit staat niet gelijk aan kwaliteit. De ervaring van de coronacrisis heeft sporen achtergelaten. “Spoedartsen klaagden dat wanneer ze een SumEHR raadpleegden, deze soms van slechte kwaliteit was, niet goed ingevuld en onbetrouwbaar”, vertelt hij. Het resultaat? Er ontstaat een vicieuze cirkel. "Artsen zeggen tegen mij: 'Wat heeft het voor zin om een SumEHR van goede kwaliteit te publiceren? Niemand leest het toch. "
Om uit deze impasse te komen, moet de Belgische e-gezondheidszorg afstappen van pdf's en vrije tekst. Dat is de grote uitdaging van het Belgium Integrated Health Record (BIHR) en de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens tegen 2029.
“Gedaan met pdf's van de cardioloog of spoedarts die in het ziekenhuis blijven hangen en de soms sterk afwijkende inhoud van de SumEHR van de huisarts, wat reële vragen oproept over de betrouwbaarheid van de informatie en dus over de kwaliteit van de zorg”, voorspelt Thibaut Duvillier.
Het doel is gestructureerde, “dynamische” gegevens die in realtime door elke betrokkene kunnen worden gewijzigd (logica van ‘caresets’). "De huisarts zal direct in zijn software zien dat de thuisverpleegkundige een bepaald element heeft toegevoegd of dat de cardioloog de behandeling heeft gewijzigd. Het is voorbij met het idee dat je alle gepubliceerde pdf's één voor één moet raadplegen om een bepaalde informatie te vinden. “
De overheid staat voor de uitdaging van AI
Deze structurering van gegevens is de hoeksteen van de geneeskunde van morgen: preventief en ondersteund door AI. ”Wat gisteren gebeurde op het gebied van AI, is over vijf dagen alweer achterhaald", merkt Thibaut Duvillier op, wijzend op de kloof met de administratieve rompslomp.
“De procedures voor terugbetaling van innovaties zijn omslachtig. Er zijn nog maar een of twee telegeneeskunde-toepassingen die met mondjesmaat zijn goedgekeurd door het Verzekeringscomité. Dat schrikt veel start-ups af.”
De expert blijft echter optimistisch: overheden zullen hun procedures soepeler maken om innovatie aan te moedigen.
Op termijn moet de bedrijfssoftware niet langer een administratief beheersinstrument zijn, maar een echte copiloot, aangepast aan de patiënt. "De software moet de arts een dashboard kunnen tonen: ‘Uw patiënt is diabetespatiënt, hij is zoveel jaar oud, hij heeft deze en die comorbiditeiten, hier is de herinnering voor vaccinatie, screening of terugbetaalde voorschriften die u hem nu kunt voorstellen’. “
Het einde van de consensus?
Dat is misschien wel de meest bittere constatering van deze twaalf jaar: de Belgische compromismachine is vastgelopen. ”Twaalf jaar geleden kostte het tijd, maar vaak kwamen we tot een compromis“, herinnert Thibaut Duvillier zich. ”Vandaag sluiten we het verslag van de vergadering soms af met de woorden: ‘Asymmetrisch beleid’. We nemen nota van het feit dat we het niet eens zijn.“
De deskundige beschrijft een institutionele vermoeidheid, die zelfs binnen de ministeriële kabinetten en overheidsdiensten voelbaar is. ”Je houdt een interkabinet, je houdt er vijf, je houdt er tien... Op een gegeven moment wordt het uitputtend. Dus doet iedereen maar een beetje wat hij wil. “
Deze kloof kwam vooral tot uiting rond de matrix voor toegang van patiënten. Twee visies stonden lijnrecht tegenover elkaar, zonder dat er een verzoening mogelijk was.
”In Vlaanderen was de visie: Let op, het ziekenhuis blijft de baas via de Circle of Trust. De patiënt mag geen elementen afvinken die de kwaliteit van de zorg zouden schaden. “
Daarentegen was ”in Wallonië en Brussel het standpunt: Nee, we hebben gekozen voor empowerment van de patiënt, we moeten zijn wil tot het einde toe respecteren, zelfs als hij besluit bepaalde toegangen te blokkeren”.
Het resultaat? “Dat blokkeert de implementatie van de matrix”, constateert Thibaut Duvillier.
“Op zich is het niet abnormaal dat er verschillende visies zijn tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel, dat is het gevolg van de autonomie van de bevoegdheden. Maar wat tijd kost en frustraties veroorzaakt, is de overtuiging dat een compromis mogelijk is dat gericht is op evenwicht en verzoening van de visies.”
Ondanks deze institutionele blokkades en de enorme uitdaging van digitale geletterdheid, sluit Thibaut Duvillier zijn ambt af met een positieve noot.
“Het bewustzijn is er. We hebben het niet meer alleen over zorg tussen enkele zorgverleners, maar steeds meer over preventie, geïntegreerde zorg, empowerment van de patiënt en datagestuurd beheer (voor autoriteiten, patiënten en zorgverleners). De trein is vertrokken en zal niet meer stoppen.”







