De administratieve druk op zorgverleners door registraties en kwaliteitsregisters is niet langer houdbaar. Dat stellen het BE-CMIO netwerk en de Federatie voor Medisch Specialisten in een oproep aan het RIZIV. De brief is ondertekend door Mark Helbert, namens het BE-CMIO netwerk, en Stan Politis, namens de Federatie voor Medisch Specialisten.
Beide organisaties vragen een fundamentele herziening van het huidige systeem, dat volgens hen steeds verder afdrijft van de realiteit op de werkvloer en van de Europese ambities rond gezondheidsdata. Centraal in het debat staat het BE-CMIO netwerk, een samenwerkingsverband van Chief Medical Information Officers (CMIO’s) uit Belgische ziekenhuizen. Dat zijn artsen die naast hun klinische werk verantwoordelijk zijn voor digitale systemen en gezondheidsdata.
Die dubbele rol geeft hen een unieke positie. Ze bevinden zich op het snijvlak van zorg, technologie en beleid en zien dagelijks hoe registratiesystemen in de praktijk functioneren. Of juist niet functioneren. Waar beleidsmakers inzetten op dataverzameling en structuur, en IT-teams op implementatie, ervaren CMIO’s de impact op de werkvloer. Die ervaring vormt de basis van hun rol als kritische gesprekspartner in het gezondheidsbeleid.
Het BE-CMIO netwerk is geen formele instelling zoals Sciensano, maar een professioneel overlegplatform. Toch neemt de invloed toe, door de groeiende complexiteit van het datalandschap in de zorg. Met initiatieven zoals de European Health Data Space (EHDS) wil Europa het gebruik van gezondheidsdata versterken, maar die ambities botsen vaak op bestaande systemen en werkwijzen.
Het netwerk positioneert zich precies op dat spanningsveld: tussen beleidsvisie en praktische haalbaarheid. Volgens het netwerk is de registratielast geëvolueerd van een aandachtspunt naar een structureel probleem. Een eerste knelpunt is de gebrekkige afstemming tussen datastromen. Gegevens die al beschikbaar zijn, worden vaak opnieuw opgevraagd door verschillende instanties. Het ‘only once’-principe blijft daardoor dode letter.
Daarnaast is er de inefficiënte manier waarop data worden verzameld. Registraties sluiten vaak niet aan op elektronische patiëntendossiers, waardoor zorgverleners gegevens manueel moeten herinvoeren in aparte systemen of registers. Die dubbele registratie leidt tot tijdverlies en verhoogt de kans op fouten.
Hoge werkdruk, beperkte return
De impact op de werkvloer is aanzienlijk. In sommige gevallen loopt de tijd die nodig is voor één register op tot honderden uren per jaar binnen één ziekenhuis. Dat vertaalt zich in minder tijd voor patiëntenzorg. Tegelijk ervaren zorgverleners weinig return. De data die ze registreren, worden zelden teruggekoppeld op een manier die bruikbaar is voor hun eigen praktijk.
Dat gebrek aan feedback ondergraaft de motivatie en zet de kwaliteit onder druk. Ook de meerwaarde van bepaalde registers wordt in vraag gesteld. Voor sommige systemen is het onduidelijk welke impact ze hebben op beleid, onderzoek of kwaliteitsverbetering. Bovendien ontbreekt vaak een grondige herevaluatie.
Pleidooi voor zinvolle dataregistratie
Het BE-CMIO netwerk benadrukt dat het niet pleit voor minder data, maar voor betere data. Registratie moet vertrekken vanuit de zorgpraktijk. Data moeten waarde hebben voor zorgverleners en patiënten. Secundair gebruik moet daarop voortbouwen. Vanuit dat principe schuift het netwerk prioriteiten naar voren. Zo moet maximaal worden ingezet op hergebruik van bestaande data, via betere koppelingen tussen systemen.
Daarnaast pleiten de CMIO’s voor slimmere datamodellering, bijvoorbeeld met gestandaardiseerde terminologieën zoals SNOMED CT. Ook dataminimalisatie is cruciaal: enkel data registreren die effectief een meerwaarde hebben. Een belangrijk punt is de return on investment voor zorgverleners. Data moeten niet alleen worden verzameld, maar ook terugvloeien naar de praktijk in een bruikbare vorm.
Nieuwe technologieën kunnen helpen om de registratielast te verlichten. Automatische datacaptatie, spraakherkenning en AI-ondersteuning bieden perspectief om registratieprocessen efficiënter te maken. Maar technologie is geen wondermiddel. Zonder herziening van welke data worden gevraagd en waarom, dreigt digitalisering extra complexiteit te creëren.
Toegang tot data als heikel punt
Een van de meest fundamentele bezorgdheden betreft de toegang tot data. Artsen en ziekenhuizen zijn de primaire producenten van gezondheidsgegevens, maar botsen op drempels om die data opnieuw te gebruiken.
Toegang verloopt vaak via complexe procedures, wat het gebruik voor kwaliteitsverbetering of onderzoek bemoeilijkt. Het BE-CMIO netwerk pleit daarom voor een model waarin zorgverleners erkend worden als partners in het datalandschap, met een structurele en gecontroleerde toegang tot registers.
De kernboodschap is duidelijk: zonder betrokkenheid van het werkveld is duurzame digitalisering niet mogelijk. Het netwerk vraagt om clinici en beroepsverenigingen te betrekken bij de evaluatie van registraties en de uitwerking van toekomstig beleid.
> De brief van het BE-CMIO netwerk en FMS







