Tijdens het recente symposium van BVAS Brussel sprak Frank Robben, voorzitter van het eHealth-platform, over de voortgang van het interfederale e-gezondheidsplan, dat in de CIM Gezondheid steeds weer wordt uitgesteld. Volgens de algemeen directeur van het eHealth-platform wordt het plan al geïmplementeerd, ook al is het nog niet formeel goedgekeurd. “We voeren het uit, we wachten niet af. We werken op een flexibele manier. Ook al zijn sommige zaken nog niet goedgekeurd, dat weerhoudt ons er niet van om in de goede richting verder te gaan”, zegt Frank Robben.
De methode weerspiegelt de filosofie van de man: “Gebruik informatica nooit als excuus om de structuren niet te veranderen.” De kern van het systeem draagt een naam (die iedereen vandaag de dag zou moeten kennen), het BHIR (Belgian Integrated Health Record): een omgeving waarin elke zorgverlener – en de gebruiker zelf – beschikt over een geïntegreerd overzicht van de zorggegevens, zonder centrale opslag. België vertrekt vanuit een solide basis, al drie jaar op de eerste plaats in de Europese ranglijst, “maar er is nog veel ruimte voor verbetering”.
Invoeren, opslaan, delen: drie werkterreinen en een gemeenschappelijke grammatica
De eerste zwakke schakel is de invoer. “Garbage in, garbage out”: zonder gestructureerde gegevens bij de invoer, geen bruikbare resultaten bij de uitvoer. Met een voorwaarde die op gezond verstand berust: “Eerst moet er worden vereenvoudigd voordat er wordt geautomatiseerd. Als we slechte praktijken automatiseren, bestendigen we ze.” De opslag gaat vervolgens gepaard met redundantie: tussen het voorschrift in Recip-e, de afgifte in FarmaFlux en het medicatieschema “is het drie keer hetzelfde”. Ten slotte blijft de beschikbaarheid voor specialisten buiten het ziekenhuis en rusthuizen gebrekkig.
De oplossing ligt in vijftien care sets, structuren die zowel de technische als de semantische interoperabiliteit vastleggen. Het gaat om meer dan alleen machines: “Het zijn niet alleen computers die moeten kunnen communiceren; de mensen achter het scherm moeten hetzelfde begrijpen." Vandaar de gedeelde standaarden, uitgewerkt in het FHIR-formaat op basis van door het RIZIV gestuurde inhoud. Een SNOMED CT-terminologieserver moet tegen het einde van het jaar in alle software voor huisartsen worden geïntegreerd. Frank Robben verwacht meer van de industrie: een standaard voor de uitwisseling van laboratoriumresultaten bestaat al twee jaar zonder dat deze algemeen is ingevoerd. ”Dat is niet logisch."
Europa bepaalt het tempo, de wallet vereenvoudigt het dagelijks leven
De kalender staat vast: de Europese verordening inzake de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens (EHDS) is rechtstreeks van toepassing. Eerste fase: het patiëntendossier (het Belgische Sumehr), het voorschrift en de aflevering, met standaarden gepland voor mei 2027 en een implementatie door alle software in maart 2029. Tweede fase: laboratorium, beeldvorming en ontslagbrieven, met normen gepland voor maart 2029 en een uitrol in maart 2031. “Software die dit niet toelaat, mag niet langer op de markt zijn”, benadrukt hij. België zegt er klaar voor te zijn; andere lidstaten zijn dat minder.
Meer direct nuttig voor de praktijk: de Europese digitale portemonnee, de opvolger van CovidSafe en verplicht in elke lidstaat tegen eind 2026. Deze biedt een oplossing voor een dagelijkse ergernis: de patiënt zonder identiteitskaart. "Bijna iedereen heeft zijn gsm bij zich: dit toestel maakt authenticatie mogelijk. Je hebt je identiteitskaart niet meer nodig. ” ISI+-kaart, verzekeringsstatus, recepten: alles verloopt via twee ondertekende QR-codes, wat ook de grensoverschrijdende afgifte vereenvoudigt, die vandaag de dag “uiterst complex” is.
Artificiële intelligentie en praktijkvraagstukken: helderheid en vertrouwen
Wat AI betreft, roept Frank Robben, die veertig jaar geleden al dit soort systemen ontwikkelde, op tot gematigdheid. Volgens hem blijven er drie fundamentele zwakke punten bestaan: het gebrek aan gezond verstand, het ontbreken van abstractie en de verwarring tussen correlatie en causaliteit. "Midden in de coronacrisis werd gemeld dat er mogelijk covid in toiletpapier zat: mensen kochten het op het moment dat het virus opkwam. Correlatie, ja. Causaliteit, geen. ” Het hulpmiddel ondersteunt de diagnose en de precisiegeneeskunde, “maar het vervangt de zorgverlener niet”, en er moet worden geëist dat een systeem uitlegt hoe het tot zijn conclusie komt. Ten slotte waarschuwt hij voor een energieverbruik dat “een miljoen keer” hoger ligt dan dat van de hersenen.
Dan waren er nog de knelpunten die vanuit de zaal naar voren werden gebracht. Het handmatig, regel voor regel, overnemen van de medicatie bij opname in het ziekenhuis? Dat veronderstelt een gemeenschappelijke standaard binnen en buiten de muren, waar Frank Robben op hoopt. Toegang van het administratief personeel tot de dossiers? De Circle of Trust staat dit toe onder de verantwoordelijkheid van de zorgverlener. Wat betreft één enkele, door de staat opgelegde software, wijst hij dit van de hand: regulering verloopt via interoperabiliteit, niet via een monopolie. “Het zijn de artsen die de gegevens in handen hebben. Wij hebben geen enkele informatie over de gezondheidsgegevens van patiënten: deze zijn van begin tot eind versleuteld.”







