Waarom artificiële intelligentie nog niet leidt tot betere gezondheidsresultaten op grote schaal

Op 28 en 29 mei 2026 brachten de OESO en het Spaanse ministerie van Volksgezondheid in Madrid beleidsmakers, clinici, onderzoekers, patiënten en vertegenwoordigers van de industrie bijeen rond een lastige vraag: waarom leiden de spectaculaire vorderingen op het gebied van artificiële intelligentie nog niet tot betere gezondheidsresultaten op grote schaal? Prof. Giovanni Briganti, die een van de workshops van deze internationale conferentie leidde, blikt terug op de belangrijkste bevindingen in Madrid en op de voorgestelde pistes om een verantwoorde inzet van AI in de gezondheidszorg te bevorderen.

Deze internationale conferentie, die gezamenlijk werd georganiseerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Spaanse regering, vond plaats in het gebouw van het ministerie van Volksgezondheid aan de Paseo del Prado, tegenover het gelijknamige museum. De openingssessie, geleid door Javier Padilla Bernáldez, de Spaanse staatssecretaris van Volksgezondheid, en Mark Pearson, directeur van het Directoraat Werkgelegenheid, Arbeid en Sociale Zaken van de OESO, legde meteen de paradox bloot die de twee dagen zou structureren.

Een eenvoudige vraag, een verontrustend antwoord
De gepresenteerde cijfers zijn duizelingwekkend. De wereldwijde investeringen in AI zijn in tien jaar tijd meer dan verzesvoudigd, van 42 miljard dollar in 2015 tot 259 miljard in 2025; alleen al in de gezondheidssector is het door de OESO-landen geïnvesteerde risicokapitaal sinds 2015 bijna verdrievoudigd, tot bijna 19 miljard dollar. De prognoses van de OESO wijzen op een productiviteitswinst van ongeveer 6% in de gezondheidszorg over een periode van tien jaar. Toch blijven de concrete voordelen voor patiënten en zorgverleners beperkt, ongelijk verdeeld en geconcentreerd in enkele grote bedrijven en enkele goed gefinancierde gezondheidszorgstelsels.

De diagnose die tijdens de conferentie naar voren kwam, is helder: het knelpunt ligt niet zozeer in de technologie zelf, maar in de organisatie, de cultuur en het bestuur van de gezondheidszorgstelsels. Het model van groei door technologie, dat succesvol is gebleken in de financiële sector of de logistiek, verwart technologische verspreiding met systeemtransformatie. Er is veel gesproken over ‘pilotitis’, die wildgroei aan veelbelovende proefprojecten die nooit opgeschaald worden.

Als onderzoeker vond ik hier een overtuiging terug die ik al lang verdedig: de crisis rond reproduceerbaarheid en acceptatie in medische AI is een stille noodsituatie. De echte vraag, die de conferentie wist te stellen, blijft: voor wie werkt het, en tegen welke prijs?

Drie pijlers, twee dagen
De opzet van de bijeenkomst sloot aan bij de drie pijlers van wat het Actieplan van Madrid voor de verantwoorde inzet van AI in de gezondheidszorg zou worden: vertrouwen winnen, doen wat werkt, schade voorkomen.

De eerste ochtend, gewijd aan vertrouwen, verkende de relatie tussen de patiënt en de zorgverlener in het tijdperk van AI, met een openingslezing van Jennifer Dixon (Health Foundation) en een presentatie van Ilona Kickbusch (Digital Transformations for Health Lab). Drie presentaties belichtten achtereenvolgens het perspectief van de patiënt, dat van de zorgverlener en dat van de jongere generaties, waarvan de gezondheidszorgsystemen van morgen afhankelijk zullen zijn.

De namiddag, onder de titel From Pilots to Practice, ging over de voorwaarden die gunstig zijn voor schaalvergroting. Na de toespraak van Brian Anderson (Coalition for Health AI) verdeelden de deelnemers zich over vier workshops gewijd aan de hefbomen van het actieplan: betrouwbare datanetwerken, evaluatie en waarborging van de kwaliteit, integratie en opschaling, en ten slotte concurrentievermogen en aanpassingsvermogen. Ik had het genoegen om deze laatste pijler te modereren in aanwezigheid van een groot publiek van thought leaders.

De tweede dag, From Code to Care, stond in het teken van de waarborgen: gegevensbescherming, menselijk toezicht en regelgeving. De openingslezing van Ricardo Baptista Leite (Global Agency for Responsible AI in Health) luidde vier workshops in over privacy en beveiliging vanaf het ontwerp, het behoud van de menselijke factor, de vereisten voor en na de implementatie, en continue verbetering.

De ochtend werd afgesloten met de cruciale kwestie van collectieve actie, geleid door Dipak Kalra (European Institute for Innovation through Health Data), met vertegenwoordigers van het Africa CDC, de WHO Europa, de UnitedHealth Group, het Spaanse ministerie van Volksgezondheid en de Europese Commissie. De slotwoorden waren voor de Spaanse minister van Volksgezondheid en Chris Mullin, voorzitter van het Gezondheidscomité van de OESO.

Concurrentievermogen en aanpassingsvermogen
Ik mocht binnen de pijler ‘hefbomen’ de workshop over concurrentievermogen en aanpassingsvermogen leiden. Onze discussies gingen over drie concrete werkterreinen. Ten eerste, het afstemmen van de overheidsaankopen van AI op de doelstellingen van de gezondheidszorg, met bijzondere aandacht voor de concentratie van leveranciers, die de autonomie van ziekenhuizen bedreigt. Vervolgens, het opbouwen van een gezond concurrentievermogen, gebaseerd op een fundament van interoperabele en niet-concurrerende gegevens en infrastructuren, met respect voor de soevereiniteit van gegevens en digitale technologie. Ten slotte het anticiperen op toekomstige innovaties: welke plaats is er voor regelgevende ‘sandboxes’, en welke infrastructuurbeslissingen moeten vandaag worden genomen, zonder het risico te lopen daar morgen spijt van te krijgen, om later nog onbekende oplossingen te kunnen invoeren?

Een rode draad liep door al deze discussies: hoe kunnen we systemen open en aanpasbaar houden zonder ons te beperken tot een handvol leveranciers of voorbarige normen? De aanwezigheid de volgende dag van Yiannos Tolias, juridisch adviseur bij de Europese Commissie, herinnerde ons eraan hoezeer deze kwestie aansluit bij die van de Europese verordening inzake AI, die onmisbaar is maar het risico loopt door haar eigen complexiteit te worden ondermijnd.

De rode draad blijft menselijk
Naast de pijlers en de zesendertig acties van het plan was er één idee waar iedereen het over eens was, en dat ligt mij na aan het hart: AI ondersteunt de zorgrelatie, maar vervangt deze nooit. Het zorgpersoneel, dat al onder druk staat, soms uitgeput is door de digitale hulpmiddelen van de afgelopen decennia en terecht sceptisch is, blijft de fundamentele hefboom. Zonder opleiding, zonder digitale geletterdheid, zonder doordachte transformatie van de beroepen, houdt geen enkele implementatie stand. Het verzet tegen de antropomorfisering van systemen, het behoud van de mens in de kringloop, de aandacht voor rechtvaardigheid en digitale ongelijkheid: het zijn allemaal waarborgen die aansluiten bij de principes van het plan, gaande van menselijke waardigheid en zeggenschap tot financiële duurzaamheid en respect voor nationale soevereiniteit.

Het Actieplan van Madrid
Het document dat uit deze twee dagen is voortgekomen, het Actieplan van Madrid (2026), verwoordt een gedeelde visie rond deze drie pijlers. Zesendertig acties en elf principes, ondersteund door concrete voorbeelden (de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens, het Canadese kader voor gegevensbeheer, Health Data Research UK, de Europese verordening inzake AI, of nog de Franse regelingen voor onderwijs en burgerparticipatie), geven de koers aan. De overtuiging die hieraan ten grondslag ligt, is dat geen enkel gezondheidszorgsysteem het alleen zal redden: gezondheid kent geen grenzen, en dat geldt ook voor de risico's en voordelen van AI. Samen investeren in gunstige omstandigheden betekent dat klinische validatie wordt versneld, dubbel werk wordt verminderd en de voordelen eerlijk worden verdeeld.

Waarom ik gemotiveerd ben vertrokken
Ik verlaat zelden een conferentie met het gevoel dat ik een gemeenschap heb gezien die zich herpakt. Dat was in Madrid wel het geval. Door de werkelijke obstakels eerlijk te benoemen – verkeerd gerichte prikkels, inertie van organisaties, versnipperde regelgeving, uitgeputte arbeidskrachten – en door een aanpak van samenwerking voor te stellen in plaats van een race, heeft de conferentie clinici, managers en patiënten een vorm van initiatief en verantwoordelijkheid teruggegeven. Mijn persoonlijke ambivalentie, die van een arts die maar al te vaak ziet dat innovatie sneller gaat dan klinische en ethische reflectie, vond in Madrid een begin van een collectief en constructief antwoord. De zaal is, denk ik, gemotiveerder vertrokken dan ze was gekomen.

Na afloop van deze twee dagen heb ik een persoonlijk initiatief genomen: de komende maanden wijden aan het verkennen van de nationale strategieën van de OESO-landen, en de manier waarop elk land deze principes vertaalt in beleid inzake overheidsaankopen, gegevensbeheer, opleiding van zorgverleners en regelgevende kaders. Ik zal deze analyses de komende weken in deze columns delen. Want een actieplan komt pas tot leven als het wordt vergeleken, in context geplaatst en aangepast, land voor land, systeem voor systeem. Madrid was een begin; het werk ligt nu bij ons.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.