Belgen zijn de Europese burgers die het minst geneigd zijn om een diagnose gesteld door artificiële intelligentie te vertrouwen, blijkt uit de Belgische resultaten van het STADA Health Report 2026, dinsdag gepubliceerd door EG, de Belgische dochteronderneming van de STADA-groep. Die terughoudendheid gaat paradoxaal genoeg samen met de hoogste tevredenheid van Europa over het eigen gezondheidssysteem en een uitgesproken vertrouwen in artsen en apothekers.
Op Europese schaal staat 82% van de burgers ervoor open dat artificiële intelligentie een rol speelt in hun zorg, en 55% gebruikt ze al. België vormt hierop een uitzondering. Slechts 31% van de respondenten zou evenveel geloof hechten aan een diagnose gesteld door AI als aan die van een arts, tegenover 49% gemiddeld in Europa — daarmee bezet het land de 20e plaats van de 20 onderzochte landen. Amper 3% zegt nu al volledig vertrouwen te hebben in een diagnose gesteld door AI.
De grootste bezorgdheden betreffen het risico op fouten of een verkeerde diagnose (56%) en het verlies aan menselijk contact met de zorgverlener (47%).
De Belgen tonen zich daarentegen wel meer open voor AI-toepassingen die de organisatie van de zorg vergemakkelijken. Zo'n 43% vindt dat AI kan bijdragen tot het beheer van afspraken en de opvolging van patiënten. Wanneer het over een therapeutische beslissing gaat, zou echter slechts 3% een behandelplan volledig aan AI toevertrouwen, terwijl bijna twee op drie respondenten willen dat die verantwoordelijkheid bij een zorgprofessional blijft.
Het rapport toont tegelijk het vertrouwen van de Belgen in hun gezondheidssysteem aan. Zo'n 86% is er tevreden over, tegenover 56% gemiddeld in Europa, waarmee België op de eerste plaats staat van de 20 onderzochte landen.
Dat vertrouwen uit zich ook in de relatie met zorgverleners. Het advies van een arts beïnvloedt de gezondheidskeuzes van 88% van de Belgen — de derde plaats in Europa — terwijl dat van de apotheker door 68% van de respondenten wordt aangehaald, goed voor de vierde plaats. Daarnaast verkiest 70% een fysieke toegang tot de zorg, waarmee België ook hier tot de landen behoort die het meest gehecht zijn aan rechtstreeks contact met zorgverleners (5e plaats).
Die tevredenheid verhult echter niet de problemen die men in het systeem ervaart. Wachttijden en personeelstekorten vormen voor 66% van de respondenten de grootste uitdaging. De prioriteiten die naar voren komen, zijn het verkorten van de wachttijden voor zorg (58%) en het verbeteren van de toegang tot eerstelijnszorg (45%). Volgens het persbericht verwachten de Belgen vooral een beter werkend systeem, en geen technologische breuk.
De terughoudendheid tegenover het digitale komt ook tot uiting in de omgang met gezondheidsgegevens. Slechts 34% van de Belgen zou aanvaarden dat hun gezondheidsdossier toegankelijk is voor AI, tegenover 43% gemiddeld in Europa — daarmee staat België op de 19e plaats van de 20. Amper 10% zegt volledig vertrouwen te hebben in een 100% online apotheek.
Belgen behoren ook tot de Europeanen die het minst geneigd zijn tot zelfmedicatie. Ze zijn 89% bereid zichzelf te behandelen voor minstens één gezondheidsprobleem, tegenover 94% gemiddeld in Europa, goed voor de 19e plaats van de 20. De belangrijkste angsten zijn het risico om een ernstige aandoening over het hoofd te zien (36%) en een mogelijke wisselwerking tussen geneesmiddelen (35%).
"Wat de Belgen ons zeggen, is dat ze geen gezondheidszorg zonder gezicht willen. AI kan helpen tijd te winnen en de organisatie van de zorg vlotter te laten verlopen, maar mag de band met een vertrouwde zorgprofessional niet vervangen", verklaart Lieve Pattyn, Managing Director van EG.
Het STADA Health Report 2026 is gebaseerd op een online onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Human8 tussen januari en maart 2026, bij bijna 20.000 respondenten in 20 Europese landen, waarvan 500 in België.







