Exoskeletten doen hun intrede in de praktijk: wat artsen moeten weten

Exoskeletten, die lange tijd voorbehouden waren aan onderzoek of bepaalde gespecialiseerde centra, vinden geleidelijk aan hun plaats in de behandeling van patiënten met neurologische, locomotorische of musculoskeletale aandoeningen. Tussen klinische beloften, het ontbreken van vergoeding en nieuwe zorgtrajecten roepen deze hulpmiddelen concrete vragen op voor artsen.

Exoskeletten, die lange tijd beperkt bleven tot onderzoekslaboratoria, duiken nu steeds vaker op in dokterspraktijken en revalidatiecentra. Voor de praktiserende arts is dit geen theoretische kwestie meer, zoals Sébastien Vanderlinden, kinesitherapeut gespecialiseerd in neuro-(re)habilitatie en "EXOSV Consultant", uitlegt. Hij ontwikkelt een analyse van functionele beoordelingen en perspectieven voor het optimaliseren van vaardigheden, zelfstandigheid en levenskwaliteit dankzij zijn expertise op het gebied van exoskeletten. "Vandaag de dag krijgt de vraag geleidelijk vorm. Gespecialiseerde kinesitherapeuten nemen de beoordeling van exoskeletten nu op in hun evaluatie, in samenwerking met artsen voor fysische geneeskunde, orthopedisten, neurologen, ergotherapeuten en orthopedisch technici. Twee medische groepspraktijken, met name in Vlaams-Brabant, hebben contact met mij opgenomen en beginnen deze expertise te integreren. Zo maakt een orthopedisch chirurg gebruik van lumbale exoskeletten voor patiënten met niet-operabele hernia’s, met resultaten die veelbelovend genoeg zijn om een studie op te zetten.”

Voor een huisarts zou de concrete aanpak er volgens hem als volgt uit kunnen zien: "De patiënt doorverwijzen naar een kinesitherapeut die is opgeleid in de beoordeling van deze hulpmiddelen, die een evaluatie zal opstellen, aanbevelingen zal doen en de contacten met de betrokken specialisten zal onderhouden. De verwijzing van de arts naar de kinesitherapeut blijft het natuurlijke startpunt.”

Vier grote toepassingsgebieden
Vandaag de dag is het allereerst zaak om onderscheid te maken tussen de verschillende domeinen waarin deze hulpmiddelen worden ingezet. Het eerste, dat historisch gezien verband houdt met de militaire sector, is gericht op het vergroten van de capaciteiten van de gezonde persoon. Het tweede domein is dat van de revalidatie, met apparaten die zijn ontworpen om het neuromotorisch herstel te ondersteunen, ook bij kinderen met aangeboren aandoeningen. "Het derde domein richt zich op situaties van blijvende beperkingen: paraplegische patiënten, mensen met multiple sclerose of andere langzaam voortschrijdende aandoeningen, voor wie het exoskelet een volwaardig hulpmiddel voor mobiliteit wordt. Ten slotte is er het vierde domein: preventie, met name in de werkomgeving, om musculoskeletale aandoeningen tegen te gaan, fysieke vermoeidheid te verminderen en ziekteverzuim te beperken…”

Te midden van het debat over de terugkeer van bepaalde patiënten naar het werk, zal de kwestie ook ethische aspecten hebben.

De eerste online aangeschafte apparaten komen zonder controle op de markt
Op medisch-juridisch vlak scheidt een duidelijke grens twee soorten gebruikers. "Aan de ene kant de werknemer of de gezonde persoon die een blessure wil voorkomen of zijn prestaties wil verbeteren; aan de andere kant de patiënt met een vastgestelde aandoening, die in het kader van de zorg een arts raadpleegt. Dit onderscheid is niet louter administratief: het is bepalend voor de gehele zorgverlening, de verantwoordelijkheden en de financieringsmogelijkheden.” In de praktijk loopt de realiteit volgens hem sneller dan de wetgeving: "Sommige patiënten bestellen, bij gebrek aan een snel antwoord via de klassieke kanalen, nu al hulpmiddelen online, zonder dat deze als Europese medische hulpmiddelen zijn gecertificeerd, zonder technische garanties en zonder passende opvolging."

Hoe zit het met vergoeding en verhuur?
Hoewel er volgens hem op dit moment nog maar weinig wetenschappelijke studies zijn, is de kwestie van de vergoeding cruciaal. Het RIZIV, het AVIQ, Iriscare of de mutualiteiten vergoeden exoskeletten op zich niet. Maar in zeer specifieke situaties waarbij een aansprakelijke derde betrokken is (bijvoorbeeld een verkeersongeval) of bij uiterst strenge medische criteria, zijn sommige verzekeraars al begonnen met vergoedingen. "Paradoxaal genoeg wordt de vergoeding voor bepaalde oudere orthopedische hulpmiddelen, zoals lumbale korsetten, vanaf september aanstaande in België drastisch beperkt.”

De kosten lopen nog steeds sterk uiteen: van een passief exoskelet voor het strekken van de vingers van 80 euro tot een compleet exoskelet waarmee een paraplegicus weer kan lopen, dat meer dan 150.000 euro kost. "Er ontstaat echter een andere aanpak, namelijk die van tijdelijke verhuur. Dit is een interessant alternatief, met name tijdens de test- of revalidatiefase. Ook particuliere stichtingen vullen soms het gat dat door de overheidsfinanciën wordt achtergelaten.”

In de praktijk
Als een patiënt lijdt aan hardnekkige chronische lage rugpijn, neurologische restverschijnselen die zijn mobiliteit beperken of een hoog beroepsrisico op musculoskeletale aandoeningen heeft, "kan het zinvol zijn om deze mogelijkheid te onderzoeken, op voorwaarde dat men een beroep doet op opgeleide contactpersonen, een duidelijk onderscheid maakt tussen zijn status als patiënt en die als gezonde werknemer, en de patiënt informeert over het huidige kader voor financiële ondersteuning".

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.