Plan voor digitale geletterdheid in de gezondheidszorg: wat wordt er van artsen verwacht?

De federale en regionale autoriteiten leggen de laatste hand aan een programma om de digitale vaardigheden in de gezondheidszorg te versterken, met nieuwe opleidingsverplichtingen voor toekomstige artsen en een upgrade van de dagelijks gebruikte tools. De hervorming voorziet in de integratie van specifieke modules vanaf 2028-2029 en de systematische evaluatie van gezondheidsapps om de begeleiding van patiënten te verbeteren.

Goede kennis van gezondheidskwesties door de patiënt is een extra troef in zijn zorg. De federale en regionale overheden werken momenteel aan de uitvoering van het plan voor digitale gezondheidsgeletterdheid dat door de interministeriële conferentie is goedgekeurd. "Het doel is om de acties in de gezondheidszorgsector te harmoniseren en beter te coördineren. Dit plan omvat initiatieven op het niveau van de patiënten, maar ook om gezondheidswerkers bewust te maken en gezondheidsgeletterdheid in hun opleiding te integreren “, legt Thibaut Duvillier (adviseur digitale strategie bij het Nationaal Intermutualistisch College en voormalig adjunct-algemeen directeur van het eHealth-platform) uit, die uiteraard toevoegt: ”Het is belangrijk om samen te werken met patiëntenverenigingen en mutualiteiten om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de behoeften van alle burgers, en tegelijkertijd specifieke projecten op te zetten om de opleiding van professionals te verbeteren. "

Opgeleide artsen
De permanente opleiding van zorgverleners op het gebied van gezondheidsgeletterdheid zal dus worden versterkt, met, zoals we al schreven, de invoering van verplichte cursussen aan universiteiten en gezondheidsopleidingen tegen 2028-2029. Er zal een demonstratie- en leerplatform worden opgezet om professionals te helpen digitale hulpmiddelen onder de knie te krijgen en patiënten beter te begeleiden. Er zal een communicatiecampagne worden opgezet om de communicatie tussen patiënten en professionals te verbeteren door eenvoudige vragen over gezondheid te stellen, zodat patiënten zich beter aan hun behandeling houden.

Dit alles uiteraard binnen ons complexe interfederale landschap: volgens Sebastien Bregy (coördinator van het plan bij de FOD Volksgezondheid) is “het doel om de initiatieven op interfederaal niveau te coördineren en te werken aan de organisatorische as om de last voor burgers en gezondheidswerkers te verlichten”.

Een Europese keuze
Dit alles past in de hoofddoelstelling van de Europese Unie voor 2030 op het gebied van toegang tot gezondheidsgegevens: ervoor zorgen dat 100% van de Europese burgers volledige toegang heeft tot hun elektronische gezondheidsdossiers (EGD's), ongeacht het land waarin zij zich bevinden. In het akkoord van de federale regering “neemt digitale inclusie vanaf het begin een centrale plaats in, vanaf de ontwikkeling tot de latere aanpassingen van de digitale diensten en producten van de federale overheid. Het moedigt ook essentiële diensten aan om het principe van ”inclusie vanaf het ontwerp“ toe te passen.”

Opleidingen ontwikkelen voor gezondheidswerkers
Gezondheidswerkers moeten leren hun manier van communiceren aan te passen, zich vertrouwd maken met de toepassing van de principes van gezamenlijke besluitvorming en leren hoe ze met patiënten kunnen omgaan om hen in staat te stellen vaardigheden op het gebied van gezondheid en digitale technologieën te verwerven.

De FOD Volksgezondheid en het Riziv verbinden zich ertoe om bij voorkeur in de vorm van e-learnings een door het Riziv erkende opleiding in e-gezondheid over digitale geletterdheid op het gebied van gezondheid te ontwikkelen. Deze opleiding moet in het eerste semester van 2026 beschikbaar zijn. De Nationale Raad voor KwaliteitsPromotie (NRKP) buigt zich ook over een voorstel om het aantal accreditatiepunten voor permanente opleiding voor GLEM-opleidingen in “Digital Health Litteracy en e-gezondheid” te verhogen om ze aantrekkelijker te maken. Op verzoek van de NRKP kan de stuurgroep voor accreditatie een verdubbeling van de accreditatiepunten goedkeuren.

Daarnaast is er de bereidheid om samen te werken met het hoger onderwijs om een verplichte opleiding te ontwikkelen en aan te bieden, in het kader van de opleidingsactiviteiten van alle toekomstige gezondheidswerkers, in de zin van de wet op de gezondheidswerkers, over gezondheidsgeletterdheid en de vaardigheden en competenties om te communiceren, te interageren en patiënten mondiger te maken.

Bevoegdheid van de gefedereerde entiteiten, gezondheidsgeletterdheid en e-gezondheid zullen dus worden opgenomen in het kader van de opleidingsactiviteiten van alle (toekomstige) gezondheidswerkers. De eerste cursussen die in dit kader worden gegeven, moeten deel uitmaken van het programma van het academiejaar 2028-2029.

De eerste lijn niet vergeten
Elke entiteit van de interfederale werkgroep verbindt zich ertoe het opleidingsaanbod van de vzw Cultures&Santé en het Vlaams Instituut Gezond Leven, met de steun van het Fonds Dr. Daniël De Coninck (beheerd door de Koning Boudewijnstichting), te promoten en te ondersteunen om eerstelijnsorganisaties in de gezondheids- en sociale sector te helpen vooruitgang te boeken op dit gebied.

Lees ook: E-gezondheidsgeletterdheid: manieren om patiënten en zorgverleners beter te ondersteunen

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Jan Coveliers

    24 december 2025

    Het recente pleidooi voor een verplicht plan rond digitale geletterdheid in de gezondheidszorg, zoals toegelicht op Numerikare, vertrekt vanuit een begrijpelijke bekommernis: zorgverleners moeten kunnen functioneren in een steeds digitaler zorglandschap. Toch laat dit plan bij veel artsen een dubbel gevoel na. Niet omdat zij tegen digitalisering zijn — integendeel — maar omdat opnieuw gekozen wordt voor een top-down benadering, zonder voldoende aandacht voor draagvlak, opleiding en reële kost.

    Laat ons duidelijk zijn: digitale vaardigheden zijn vandaag onmisbaar in de zorg. Elektronische patiëntendossiers, eHealth-platformen, data-uitwisseling en artificiële intelligentie zijn geen toekomstmuziek meer. Artsen werken hier dagelijks mee en dragen bovendien de klinische verantwoordelijkheid voor de gevolgen ervan. Juist daarom verdient dit thema meer ernst en zorgvuldigheid dan een verplichting die van bovenaf wordt opgelegd.

    Begin bij de basis: opleiding en ondersteuning

    Wat in het huidige plan ontbreekt, is een fundamentele erkenning van de heterogeniteit binnen het artsenkorps. Digitale vaardigheden verschillen sterk per generatie, discipline en werkomgeving. Een verplicht kader zonder voorafgaande investering in brede, praktijkgerichte opleidingen dreigt niet te emanciperen, maar te frustreren. Digitale geletterdheid groeit niet door normen, maar door begeleiding, tijd en ondersteuning op de werkvloer.

    Het is opvallend dat men pas in de basisopleiding vanaf 2028 structurele aandacht voorziet voor dit thema, terwijl van de huidige generatie artsen verwacht wordt dat zij ondertussen probleemloos meedraaien in een steeds complexer digitaal ecosysteem. Dat is geen realistische verwachting, en zeker geen faire.

    Top-down digitalisering is geen neutraliteit

    Digitalisering wordt vaak voorgesteld als een neutrale, onvermijdelijke evolutie. Dat is ze niet. Elk digitaal systeem draagt keuzes in zich: over workflow, over rapportering, over controle en over macht. Wanneer deze keuzes vooral door beleidsmakers, consultants en IT-structuren worden gemaakt — en niet samen met de artsen die er dagelijks mee moeten werken — ontstaat er vervreemding.

    Het gevoel dat digitalisering “opgelegd” wordt, is dus geen emotionele reflex, maar het gevolg van een structureel gebrek aan co-creatie. Zorgverleners worden geacht zich aan te passen aan systemen die zelden vertrekken vanuit klinische logica, maar eerder vanuit administratieve of beleidsmatige noden.

    De blinde vlek: de werkelijke kost

    Wat in dit debat te weinig benoemd wordt, is de ware kost van digitalisering. Niet alleen de financiële investering in software, licenties en infrastructuur, maar vooral de menselijke en cognitieve kost. Tijd die naar schermen gaat, gaat niet naar patiënten. Mentale belasting, fragmentatie van aandacht en verlies aan professionele autonomie zijn reële effecten, geen randfenomenen.

    Een ernstig beleid durft die kosten expliciet te maken en af te wegen tegen de beloofde baten. Vandaag gebeurt dat onvoldoende. Digitalisering wordt gepresenteerd als vooruitgang an sich, terwijl de vraag naar proportionaliteit en meerwaarde nauwelijks gesteld wordt.

    Digitalisering vraagt leiderschap, geen compliance

    Als we digitale geletterdheid ernstig nemen, dan moeten we stoppen met het denken in termen van verplichtingen en beginnen met het denken in termen van professioneel leiderschap. Artsen zijn geen uitvoerders van beleid, maar mede-eigenaars van het zorgsysteem. Dat vraagt vertrouwen, ruimte en betrokkenheid.

    Een gedragen digitale transformatie begint niet met normen, maar met dialoog. Niet met verplichtingen, maar met investeringen in mensen. Niet met controle, maar met gedeelde verantwoordelijkheid.

    Wie echt wil dat digitalisering de zorg versterkt, moet durven vertragen om beter te bouwen. En vooral: artsen niet meenemen als laatste schakel, maar erkennen als centrale partner in dit verhaal.